Sence of place

Sence of place is Syds Wiersma syn twadde moannegedicht fan jannewaris 2021. It fers is skreaun nei oanlieding fan it ferstjerren fan Joop Mulder.  It is de ferbylding fan in kuiertocht bûtendyks, op de grins fan de Nije Biltpôlen en it Noarderleech, ien fan de biotopen dus dêr’t Mulder syn kust-keunstwurken foar Sense of Place situearre en fisualisearre.

Foto: Geart Tigchelaar

 

Sence of place

Nije Biltpôlen/Noarderleech


Gjin moarnsmins glydzje ik út oer 
rûchferzen slyk. Beripe poldykjes.
In wite dea fan oanspield snileguod.
Rusken sneedsk brún as sloopark.

Ik folgje de slinke, ik kin net oars, as 
bern al berûn ik bochtige sleatswâlen,
stand-ins by krapte oan oprinners.
In strypke eilân dêr, leit hjir bûtendyks

lân skaakt ûnder in loft dy’t glierblau
syn troef fan ûnskuld útspilet, glêzich 
de oeren klimme lit, teie ta in sompe 
fan finisterre. Skou krûpt it streamen.

Werom yn Nijesyl knoffelje ik oer bulten, 
snip tsjirpende mosken om se letter grif 
as platfiskjes frij te litten út kustwurken.
No no-nonsense myn stap oer ’t beton.

It boulân lekt alwer wetter út de pypkes 
op de Aldrij. De sinne búkbelslidet oer 
in flueske iis. Jezushin stekt hastich oer: 
roppich nei fergetten bliid boadskipkes.

Op windstille dagen brengen leeuweriken me niet aan het huilen / Op wynstille dagen bringe ljurken my net oan it gûlen

‘Op windstille dagen brengen leeuweriken me niet aan het huilen / Op wynstille dagen bringe ljurken my net oan it gûlen’ is Jan Kleefstra syn tredde moannegedicht foar novimber op RIXT.

“Nieuw Europees landbouwbeleid legt bom onder duurzame toekomst”

Op allerhande gebied kom je inmiddels het meest populaire woord van tegenwoordig tegen ‘transitie’. Ik meende dat ook de landbouw in transitie was, tenminste als ik al het nieuwe beleid, de nieuwe plannen en de laatste ideeën las. Dat er iets van de urgentie leek doorgedrongen, die er eeuwen geleden ook al was, maar die we om reden van hebzucht maar blijven uitstellen.
Maar zelden wordt in beslissingen en beleidsvorming rekening gehouden met de beleving en de emoties betreffende een landschap, het recht op leven van de grond, van haar bewoners, laat staan de belangen van andere wezens dan mensen die eveneens voor hun voortbestaan afhankelijk zijn van die gronden. De nieuwe beleidsstukken zinspelen op een transitie van de landbouw met begrippen als brede welvaart en het versterken van biodiversiteit en de landschapspijn die we hebben. Maar de Europese landbouwbeleidsmakers hebben daar geen boodschap aan. Dat zinspeelt nog altijd op industriële exploitatie en het uitwonen van onze leefgebieden. In de provinciale omgevingsverordening staan nog altijd meer regels over het doodmaken van dieren dan het beschermen ervan.
Veel mensen zijn lid van een natuurorganisatie, zijn verrukt na het zien van bijzondere natuurfilms op tv, doneren geld om de Aziatische tijger te beschermen. Maar diezelfde mensen lijken volstrekt onverschillig als buiten hun eigen dorp de natuur volledig ondergeschikt wordt gemaakt aan een alles vernietigende industriële landbouw, waarmee ze hun eigen welzijn en gezondheid op het spel zetten.
En wat te denken van de aarde zelf. De ziel van haar wezens, van haar grond. De ziel die zo sterk met de onze verbonden is. Als we nog een verloren gewaand natuurvolk ergens ver weg over de zielsverbondenheid horen spreken, het respect voor alles wat leeft en voor de aarde, dan kunnen we daar bewondering voor opbrengen. Maar als die verbondenheid er elders is, dan is het niet meer dan vanzelfsprekend dat die verbondenheid er overal op aarde is. Ook wij hebben de volledige potentie om op die wijze met onze omgeving, met al het leven daarin, met de aarde, verbonden te zijn, simpelweg omdat we uit haar voortgekomen zijn. Die verbondenheid en gelijkheid met al dat leeft is de essentie van ons bestaan. Is de essentie van mijn schrijven. Ik kan nergens anders terecht.

Foto: Jan Kleefstra

 

Op windstille dagen brengen leeuweriken me niet aan het huilen

ook niet met de droeve bekentenis dat de zon
alleen nog in dichtgeknepen ogen opkomt

hoe lang dragen vleugels net als toen
het lichaam dwars door fijnmazige regen

zware soms schelle tonen over de wereld slepend

als jongen zocht ik onder zelfde hemelen
uitgehongerd naar een weidevogel

wierp verder dan ooit
een zachtaardig licht
voor de regen uit

*

Op wynstille dagen bringe ljurken my net oan it gûlen

ek net mei de drôve bekentenis dat de sinne
allinne noch yn taknypte eagen opkomt

hoe lang drage wjukken krekt as doe
it lichem dwers troch reachfine rein

swiere soms skrille toanen oer de wrâld tôgjend

as jonge socht ik ûnder selde himels
úthongere nei in greidefûgel

smiet fierder as ea
in sêft ljocht
foar de rein út

Oersetting: Syds Wiersma

Nooit eerder waren er geen wolken meer / Nea earder wiene der gjin wolkens mear

It twadde moannegedicht fan Jan Kleefstra fan novimber 2020

“Ooit zal er een generatie mensheid komen, die op onze generatie terugkijkt en met verbijstering zal constateren dat er mensen hebben bestaan die gif in hun grond, gif in hun dieren en gif in hun eigen eten stopten” (Jane Goodall)

Als je deze quote luidop uitspreekt, besef je de waanzinnige absurditeit hiervan. Het is meedogenloos dat de huidige koe doodgaat als die alleen nog gras en hooi krijgt. Het is krankzinnig dat de moderne landbouw niet zonder bestrijdingsmiddelen in staat is de huidige productie te halen. Een productie met gebruik van middelen dat ervoor heeft gezorgd dat er nauwelijks nog insecten zijn en de ecologie van het weidelandschap volledig is vernield. Ieder voorjaar zien we weer de halsstarrige pogingen van vogels en dieren die hun jongen proberen groot te brengen, maar waarvan de meeste van honger omkomen of levensbedreigend ziek worden. We zien daar met de dag ook de gevolgen voor onszelf van. Niet alleen kost de landbouw ons veel geld, ook ligt het land er uitgewoond bij en zijn de mensen ziek en de verhalen kwijt.

De oplossing is even eenvoudig als het leven is, namelijk vandaag nog stoppen met het gebruik van alle pesticiden. Met een lagere, passende productie kan de landbouw zich dan ontwikkelen naar een landbouw die het land goed verdraagt, waarin de gezondheid van mens en dier weer voorop staat, waarin de biodiversiteit zich kan herstellen, en waarin de burgers de meerwaarde daarvan betalen. Een gebruik van gronden volledig in balans met wat het leven dragen kan.

Dat is geen utopie, die landbouw bestaat al heel lang, zoals de biologisch-dynamische landbouw of permacultuur. Al die tijd werd daar neerbuigend op neergekeken, inmiddels zijn het de koplopers en voorbeelden van hoe het zou moeten.

En geen verhalen over verdienmodellen. De landbouw heeft dit volledig aan zichzelf te wijten. Vanuit goed ondernemerschap en de risico’s daarvan, moeten ze zichzelf hieruit zien te redden. De landbouw heeft dit allang aan zien komen, maar probeert nog het laatste restje winst er uit te peuren ten koste van het leven.

In de beleidsstukken van de overheden staan nu uitspraken dat we toe moeten naar een circulaire landbouw, herstel van biodiversiteit, dat de gezondheid en leefbaarheid van de burgers voorop staat, dat we een brede welvaart willen, enz. Dus waar is het wachten op? Of blijven dit de zoveelste mooie praatjes? Waar zijn al die bestuurders die vandaag nog het gebruik van pesticiden verbieden en Friesland internationaal op de kaart zetten als het gebied waar het vanaf morgen daadwerkelijk anders en beter gaat?

 

Foto: Jan Kleefstra

Nooit eerder waren er geen wolken meer

lege toonaarden bedriegen niet het voorspel
dat kreunend uit de schaduw kruipt
en haar wervels kromt

ook na deze eeuw blijft een betere wereld zich opdringen

waarin de lijster op twintig eieren broedt
en de reiger zwemmend op zee
naar gevallen sterren duikt

het veld herinnert zich alleen de roek
die noten verstopte
maar nooit de heimwee kende

 

Nea earder wiene der gjin wolkens mear

lege toanaarden ferrifelje it foarspul net
dat stinnend it skaad út krûpt
en har wringen krommet

ek nei dizze iuw twingt in bettere wrâld him fierder op

as de klyster op tweintich aaien sit
en de reager swimmend op see
nei fallen stjerren dûkt

it fjild stiet allinnich de roek noch by
dy’t nuten ferside brocht
mar nea hiemsiik wêze koe

Oersetting:  Syds Wiersma

Laten we eenvoudigweg iets moois maken / Lit ús ienfâldichwei wat moais meitsje

‘Laten we eenvoudigweg iets moois maken/ Lit ús ienfâldichwei wat moais meitsje’ is Jan Kleefstra syn earste moannegedicht fan novimber 2020 by RIXT.

“Instanties vragen provincie jachtontheffing om weidevogels te beschermen”

Kop van een recent verschenen artikel. De instanties zijn: bond voor Friese vogelwachten, de jagersvereniging en de LTO, ofwel vogelbeschermers die onder meer eieren rapen, vogels en overig gedierte afmaken, leven doodmaaien en vergiftigen, en wat dies meer zij.
Er zijn veel dieren en vogels, met name weidevogels, die zich niet meer in het door ons naar ons hand gezette landschap thuis voelen. Die dwingen we tegen hun instinct en wil met veel geld te blijven. En er zijn vele dieren en vogels die hier wel goed terecht kunnen, maar die willen we hier niet hebben en die bestrijden we zoveel we kunnen. Dat is het geldverslindende natuurbeheer in Fryslân, zo langzamerhand gebaseerd op het zaaien van dood en verderf. Alsof het afmaken van tien- en tienduizenden ganzen per jaar nog niet genoeg is, moet nu ook alles wat een poot naar ‘onze’ weidevogels uit durft te steken eveneens gedood worden. En de mens treft geen schuld. We gaan door met het onleefbaar maken van biotopen en leefgemeenschappen, het creëren van een kunstmatig in stand gehouden landschap en menen dat we daarmee het leven van de mens dienen.
Met al dat we al vernield hebben, met het diepe bloedspoor dat we achter ons aanslepen, wie zijn wij in vredesnaam om te bepalen wie wel en wie niet mag leven. Alsof wij niet zelf deel van dat leven zijn. Al het leven heeft dezelfde afkomst en is afhankelijk van elkaar. Met ieder dier dat we afmaken, maken we een deel van onszelf dood. Hoe heeft het zo ver kunnen komen dat we ieder respect voor ons eigen leven en het leven van andere wezens kwijt zijn geraakt en dat we alleen dat wat achter een hek en bordjes is opgeborgen natuur noemen. Wij zijn natuur! Wij zijn alle andere wezens en alle andere wezens zijn wij.
Als deze in de kop gevraagde moorddadigheid wordt toegelaten (wat overigens met goedvinden van de gezagdragers al op grote schaal buiten de regels om gebeurt, met structurele roofvogelvervolging als absoluut dieptepunt. Gezagdragers die nu het thema biodiversiteit plots bloederig in de mond nemen) worden we het hele jaar door geconfronteerd met het meest laffe, laaghartige en zieke deel van de mensheid, genaamd jagers, die overal om ons heen als ‘fjildminsken’ en zogenaamde natuurliefhebbers bezig zijn in koelen bloede dieren af te maken die hun hongerige heil bij ons hebben gezocht.
Waar blijft de bestuurder die een eind aan deze barbaarse, laffe moorddadigheid maakt en van Fryslân een klein stukje aarde maakt waar het leven van al haar inwoners wordt gerespecteerd (is dat niet biodiversiteit?). Waar blijven de inwoners die deze moord- en doodslag niet onverschillig aan zich voorbij laten gaan, maar in opstand komen en dit niet langer tolereren.

Foto: Jan Kleefstra
Laten we eenvoudigweg iets moois maken

het jaar na jaar opstapelen van berkenlicht
in de schaduw waarrond genadig zacht
beroerd een nachtvlinder slaapt

laten we haar kleuren nabootsen
op de knieën langs de sloot
en het oog eruit

maak er een vogel van
de wereld ietwat kleiner

traag stelpend zingen
helpt een poosje

zorgen dat er niets verloren gaat




Lit ús ienfâldichwei wat moais meitsje

jier nei jier bjirkeljocht opsteapelje
yn it skaad dêr’t omhinne genedich sêft
beroerd in nachtflinter sliept

lit ús har kleuren neimalkje
op ’e knibbels by de sleat del
en it each derút

meitsje der in fûgel fan
de wrâld in krisseltsje lytser

stadich stjelpend sjonge
helpt in hoartsje

soargje dat der neat weirekket

Oersetting Syds Wiersma