Op windstille dagen brengen leeuweriken me niet aan het huilen / Op wynstille dagen bringe ljurken my net oan it gûlen

‘Op windstille dagen brengen leeuweriken me niet aan het huilen / Op wynstille dagen bringe ljurken my net oan it gûlen’ is Jan Kleefstra syn tredde moannegedicht foar novimber op RIXT.

“Nieuw Europees landbouwbeleid legt bom onder duurzame toekomst”

Op allerhande gebied kom je inmiddels het meest populaire woord van tegenwoordig tegen ‘transitie’. Ik meende dat ook de landbouw in transitie was, tenminste als ik al het nieuwe beleid, de nieuwe plannen en de laatste ideeën las. Dat er iets van de urgentie leek doorgedrongen, die er eeuwen geleden ook al was, maar die we om reden van hebzucht maar blijven uitstellen.
Maar zelden wordt in beslissingen en beleidsvorming rekening gehouden met de beleving en de emoties betreffende een landschap, het recht op leven van de grond, van haar bewoners, laat staan de belangen van andere wezens dan mensen die eveneens voor hun voortbestaan afhankelijk zijn van die gronden. De nieuwe beleidsstukken zinspelen op een transitie van de landbouw met begrippen als brede welvaart en het versterken van biodiversiteit en de landschapspijn die we hebben. Maar de Europese landbouwbeleidsmakers hebben daar geen boodschap aan. Dat zinspeelt nog altijd op industriële exploitatie en het uitwonen van onze leefgebieden. In de provinciale omgevingsverordening staan nog altijd meer regels over het doodmaken van dieren dan het beschermen ervan.
Veel mensen zijn lid van een natuurorganisatie, zijn verrukt na het zien van bijzondere natuurfilms op tv, doneren geld om de Aziatische tijger te beschermen. Maar diezelfde mensen lijken volstrekt onverschillig als buiten hun eigen dorp de natuur volledig ondergeschikt wordt gemaakt aan een alles vernietigende industriële landbouw, waarmee ze hun eigen welzijn en gezondheid op het spel zetten.
En wat te denken van de aarde zelf. De ziel van haar wezens, van haar grond. De ziel die zo sterk met de onze verbonden is. Als we nog een verloren gewaand natuurvolk ergens ver weg over de zielsverbondenheid horen spreken, het respect voor alles wat leeft en voor de aarde, dan kunnen we daar bewondering voor opbrengen. Maar als die verbondenheid er elders is, dan is het niet meer dan vanzelfsprekend dat die verbondenheid er overal op aarde is. Ook wij hebben de volledige potentie om op die wijze met onze omgeving, met al het leven daarin, met de aarde, verbonden te zijn, simpelweg omdat we uit haar voortgekomen zijn. Die verbondenheid en gelijkheid met al dat leeft is de essentie van ons bestaan. Is de essentie van mijn schrijven. Ik kan nergens anders terecht.

Foto: Jan Kleefstra

 

Op windstille dagen brengen leeuweriken me niet aan het huilen

ook niet met de droeve bekentenis dat de zon
alleen nog in dichtgeknepen ogen opkomt

hoe lang dragen vleugels net als toen
het lichaam dwars door fijnmazige regen

zware soms schelle tonen over de wereld slepend

als jongen zocht ik onder zelfde hemelen
uitgehongerd naar een weidevogel

wierp verder dan ooit
een zachtaardig licht
voor de regen uit

*

Op wynstille dagen bringe ljurken my net oan it gûlen

ek net mei de drôve bekentenis dat de sinne
allinne noch yn taknypte eagen opkomt

hoe lang drage wjukken krekt as doe
it lichem dwers troch reachfine rein

swiere soms skrille toanen oer de wrâld tôgjend

as jonge socht ik ûnder selde himels
úthongere nei in greidefûgel

smiet fierder as ea
in sêft ljocht
foar de rein út

Oersetting: Syds Wiersma

Jou in reaksje

It e-mailadres wurdt net publisearre. Fereaske fjilden binne markearre met in *